zaterdag 2 april 2011

Stempelen met Jeroen

Een nieuwe roman van Jeroen Brouwers, daar wil een mens nog wel eens voor uit zijn kot komen. Dus vrijdagavond gezwind in de tautomobiel gekropen en koers gezet naar boekhandel De Zondvloed in Mechelen, waar Brouwers' boreling boven de doopvont gehouden werd.

Afgeladen vol zit de boekhandel van Brouwerskenner Johan Vandenbroucke. Samen met A., die bij Mechelse omzwervingen wel vaker mijn baken is geweest, vinden we nog net een plaatsje bij de bar, alwaar het zicht op het praat- en interviewgebeuren goeddeels wordt belemmerd door een uit de kluiten gewassen koffiemachine.

Dan maar luisteren. Er hangt een verhaal vast aan dit boek, dat door Brouwers werd afgedaan als een romannetje maar evengoed afklokt op zo'n 300 pagina's. Tien jaar deed Brouwers erover. Het leven liet hem niet met rust in die periode: na de dood van zijn zoon drong "Datumloze Dagen" zich aan hem op, dan was er de polemiek rond de Taalunieprijs die een weerslag vond in "Sysiphus' Bakens" en vervolgens sukkelde Brouwers ook nog met zijn gezondheid. It's been a bumpy ride. Maar vanavond ziet Brouwers er geruststellend goed uit, klaar voor een geanimeerd gesprek.



"Ik weet, Jeroen, dat jij niet van feestjes houdt," klinkt het in de aankondiging. En inderdaad, Brouwers komt bijwijlen kribbig uit de hoek. Het moet zijn dat op je zeventigste het geduld begint op te raken, zelfs temidden van het feest waar je zelf de spil van bent.

Wat Brouwers het meest op de zenuwen lijkt te werken, is de biografische lezing die veel mensen van zijn nieuwste boek geven. Het is verleidelijk om in het hoofdpersonage van "Bittere Bloemen," een grijsaard die nadrukkelijk op weg is naar het einde, de oude meester zelf te zien. Brouwers windt zich er -terecht - in op. Hij maakte zijn hoofdpersoon speciaal tien jaar ouder dan hijzelf, in een setting -een cruiseschip- waar je Brouwers-zelf niet meteen ziet opduiken, net om een dergelijke lezing te saboteren.

Er mag gelukkig ook al eens gelachen worden. Zoals wanneer Brouwers vertelt over Nicole Kidman, die in het boek regelmatig opduikt. "Zolang ik 'Bittere Bloemen' schreef, hing haar portret boven mijn schrijftafel,"klinkt het. "Ik was een beetje verliefd op haar.En die Tom Cruise heb ik erg geminacht." Of over de manier waarop hij zich documenteerde over Corsica: "Titanic" kijken voor de wetenswaardigheden over cruiseschepen, of toevallig blijven hangen bij een Corsica-special van "Vlaanderen Vakantieland."

Na het gesprek volgt een signeersessie. Alhoewel. Brouwers' schrijfhand wil niet meer mee, en dus laat hij zich vanavond bij het signeren bijstaan door Roman, de zevenjarige zoon van huize Zondvloed. Roman mag de boeken voorzien van een stempel, waarin Brouwers' handtekening gegraveerd staat. Een charmante oplossing.



In de lange rij fans die met hun versgekochte boek onder de arm staan aan te schuiven op de trap die naar 's schrijvers tafeltje leidt, treffen we ook R., voor het eerst in lange tijden. R. is de man die me, intussen zowat een decennium geleden, "Vlaamse Leeuwen" in handen duwde. Mag ikzelf sindsdien onvoorwaardelijke Brouwersfan heten, dan heeft R. het nog veel erger te pakken. Hij is, naar hij me toevertrouwt, tegenwoordig zelfs 'een beetje bibliofiel' bezig. Nu heb ik niets tegen bibliofilie, zolang het gebeurt tussen twee instemmende volwassenen, al zie ik mezelf er niet meteen aan beginnen. R. daarentegen duikt in zijn rugzak en haalt er, glimmend van trots, een boekje uit met de titel "Edith Piaf: Lyrische Straatmus." Een boekwerkje uit de tijd dat Brouwers nog broodschrijver was, een boekje waaraan hij liever niet herinnerd wil worden, maar waarin R. toch een handtekening van de meester wil. Hoe bibliofieler, hoe beter.

Zelf ben ik al lang tevreden met de stempel die Roman enthousiast in mijn exemplaar van "Bittere Bloemen" kwakt. A. en ik drinken er een glaasje bubbel bij, rondom 's schrijvers tafeltje is het receptiegebeuren begonnen. Geert Vanistendael loopt er rond, en De Papieren Man hemzelve, halverwege de trap treffen we Peter Mangel Schots en staat ook Y.M. Dangre niet te drummen voor een stempeltje?

A. en ik verlaten het gewoel, want heeft zij mij niet de verkenning beloofd van de Mechelse undergound? Wacht mij daarna niet de zoektocht naar de zoekgelegde tautomobiel en een slaperige rit naar huis?

Liefst van al was ik meteen beginnen lezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen