woensdag 4 maart 2009

A joke about Joke

Het jaar was 2003.

*
Het is ijskoud buiten en R. geeft mij vuur. Het is tien uur ’s avonds,ergens in Vlaanderen. Hoelang zitten we hier al? Ik tel snel de Belga’s die intussen in rook zijn opgegaan,maar blijf steken in een mist van getallen en tijdstippen. Ik ril van de kou. OK. We zitten hier gewoon al heel lang. Hoe langer hoe meer is onze conversatie verwaterd tot gelul, oeverloos gelul. Verschillende onderwerpen zijn de revue gepasseerd : literatuur (“Alles voor de kunst,R. Heb je een vuurtje voor me?”) , poëzie (“Er is geen leven na Jotie ’T Hooft,R.”) ,vrouwen en literatuur ( Vrouwen lezen naar 't schijnt meer dan mannen, en R. zegt : “Mijn vriendin leest geen boeken.”), ons zinloze vertrek uit D. en onze aankomst hier, in the middle of nowhere. (R : “We hebben geen file gehad.” En ik vertaal,om ook eens iets te zeggen, : “Nous n’ avons pas eu de fille.”) en natuurlijk onze ontmoeting met het meisje Joke. (R : “Joke heeft een mooie stem…En neen, mijn vriendin leest geen boeken. En dat vind ik niet erg!”) Jaja Joke.Ik plaag R. ermee dat hij steeds op die ontmoeting terugkomt. “Jaja, Joke,” monkel ik, tussen twee trekken aan mijn sigaret door.
R.’s GSM rinkelt.Zijn vriendin is aan de lijn. Ze praten in een mij vreemde taal : de taal van samen. Ik sla R. gade terwijl hij steeds verder weg loopt met de GSM tegen zijn oor gedrukt. Vanwaar ik sta, laf verborgen in het donker onder de olmen, zie ik de huizen, waar één voor één de lichten doven. (R: “Ik zou hier nooit willen wonen.” En ik : “Ik ook niet. Nooit.”) Maar we zijn hier wel. Ik tenminste, en van zodra hij zijn GSM heeft weggestoken, is ook R. er weer. Hij kan in het duister onmogelijk zien dat ik hem aankijk,en toch zegt hij quasi – verontschuldigend : “Dat was mijn vriendin…” Ik knik, duw mijn sigaret uit.Het kan me niet schelen.Of toch niet veel.
Donker. Koude. Stilte…en dan zegt R.: “Ze was een boek aan het lezen.” Vervolgens steekt hij een sigaret op, biedt er mij één aan. (Ik weiger.) Hij gaat verder : “Een boek…Volgens mij had ze gedronken…” Wrang lachje. “Drinkt je vriendin dan?”vraag ik.
“Nee!” En dan : “Waarover waren we bezig?”
“Over Joke,” zeg ik onnozel. R. lijkt te huiveren, te krimpen haast.
“Dat Joke zo’n mooie stem heeft.” (R. weet het,hij weet dat ik hem met opzet citeer.) “En zulke mooie ogen.”
Geen reactie. Dat van die ogen is mijn idee. R. staart zwijgend voor zich uit. Trekt aan zijn sigaret. Ik zie hem denken : “Hier wil ik niet wonen.Hier wil ik niet zijn.”
“Jaja Joke. Joke heeft inderdaad een mooie stem,”stamelt hij.
“Tùùrlijk,”zeg ik, en begin – heel vals en hortend – “Love is in the air” te fluiten. “Jong,hou ermee op!” roept R. kwaad, nijdig blaast hij een rookwolk uit. Dan zwijgt hij weer. “Sorry,hé,”zeg ik stilletjes, “ ‘k Zei dat toch maar om te lachen zeker?”
“Jaja,”monkelt R. We zwijgen een tijdje,en dan zeg ik : “It’s just a joke…”
“Inderdaad,”antwoordt R. “It’s just a Joke.”

*

We hebben haar achteraf nooit meer teruggezien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen