vrijdag 8 januari 2010

A day at the movies

De op twee na laatste dag van het onzalige jaar 2009 brachten wij door in een Gents appartement. Het grootste deel van die dag lagen wij whiskydrinkend in bed. In een Marcelleke. In het gezelschap van een ons voorheen totaal onbekende blondine in doorschijnend negligé. We bedreven de liefde, maar aan het eind van de dag wou ze uit het raam springen. Ik probeerde haar tegen te houden. We kregen slaande ruzie en het glaswerk sneuvelde. Ik kreeg mijn reisonkosten vergoed. Mijn vriendin is van dit alles op de hoogte.

“Ennn… cut!” Ja, lieve lezers, in tegenstelling tot wat u misschien zou denken, is bovenstaande alinea geen willekeurig fragment uit het dagboek van uw dienaar. Uw dienaar is geen swinger. Uw dienaar is geen whiskydrinker. In het dagelijkse leven draagt uw dienaar geen Marcelleke.

De harde waarheid is dat bovenstaand tafereel van begin tot einde in scene werd gezet.
Het zit zo: via het leed dat Facebook heet kwam uw dienaar te weten dat zijn Watoucollega en ravissante rok tsjik Jade C. op zoek was naar mensen om mee te spelen in een kortfilmpje, gebaseerd op een verhaal van Raymond Carver. Omdat ik in de donkere dagen na Kerst toch niets anders om handen had, stelde ik me kandidaat. Een en ander was snel beklonken en ik had de rol. Jade zou later nog het script doorsturen en het verhaal van Carver. Dan kon ik me al wat inleven; voor een method actor als ik is inleving erg belangrijk. Zelfs als je geen enkele dialoog hebt. En je personage geen naam heeft. Voor het benodigde Marcelleke ging ik bij mijn broer te leen. Het internet gooide die avond echter roet in het eten: het script raakte niet verzonden en de tekst van Carver was onvindbaar. Ik stond er alleen voor. Het hield me uit mijn slaap en de hele treinreis van Aarschot Rock City naar Gent liet het me niet los. Ik kom niet graag onbeslagen ten ijs, en zeker niet gekleed in andermans ondergoed.

Sletje #6

Zonder veel ongelukken bereikten wij Gent en vonden we Jade’s optrekje in het hartje van de Arteveldestad. Daar werd ik voorgesteld aan mijn tegenspeelster, Aaike. In tegenstelling tot uw dienaar, is Aaike een professional. Zo speelde zij onder andere Sletje #6 in de Vlaamse kaskraker “De Helaasheid der Dingen.” Ik kreeg alsnog de tekst van Carver te lezen, zodat ik me kon gaan zitten inleven terwijl Jade en Aaike een scène draaiden waarin mijn personage niet voorkwam.

Er waren wel meer van die scènes, en in de tussentijd maakte ik me nuttig door trapladdertjes aan te dragen en lenskappen van lenzen te halen, om zodoende paniek over defecte camera’s in een vroeg stadium te ontzenuwen. Ook huppelde ik bij de buitenopnames Jade achterna met een grote zwarte paraplu, want camera’s kunnen slecht tegen regen. Een en ander leverde een merkwaardige choreografie op en we hadden heel wat bekijks van de drie andere mensen die zich bij zulk hondenweer in het Gentse stadspark waagden.

We maakten voort en konden dus snel opnieuw de warmte in, een feit dat we geen van allen erg betreurden. Om het warm te krijgen, kregen we gulhartige hoeveelheden whisky voorgeschoteld. Dat had niet alleen te maken met het feit dat onze gastvrouw wist hoe ze volk moest ontvangen. Neen, het had vooral te maken met een nogal praktisch probleem. Aaike’s personage was zogezegd aan de drank. Om één en ander te visualiseren, had Jade een fles Johnnie Walker aangeschaft. Alleen had ze, hoewel rok tsjik zijnde, nagelaten de fles tot een geloofwaardig niveau te legen. Omdat het zonde zou zijn om de fles zonder meer weg te gieten, besloten we elk een goeddeels gevuld limonadeglas tot ons te nemen. In combinatie met M&M’s was de whisky best te pruimen. Het werd erg gezellig.

Insinuatie aanzet seks

Er moest echter nog een en ander gebeuren.“Wat is ’t volgende?” vroeg ik, ietwat vlegelachtig. Jade morrelde wat aan de camera en schoof me het storyboard toe. “Lees maar. Nog ’n slokje?”
“Nee, dank je.”
Ik las:
Man komt binnen en ziet vrouw staan in de gang. Vreemd. Ze loopt naar hem toe en omhelst hem. Neemt zijn hand en loodst hem de slaapkamer binnen.”
“OK,” dacht ik. “Aannemelijk.”
“Zie je ’t zitten?” vroeg Jade.
“Tuurlijk.”
“Toch geen problemen mee?”
“Maar nee. Waar is Aaike?”
“Die is haar kleedje aan het uitkiezen.”
Op dat moment kwam Aaike de kamer binnen met in haar handen twee verschillende niemendalletjes. Het ene glanzend rood, het andere zwart en afgezet met allerlei erg telegeniek uitziende frulletjes. En welk van de twee ik het meest geschikt vond. Ik wilde nog wat mompelen over de artistieke verantwoordelijkheid van de regisseur en zo, om toch maar niet luidop te hoeven zeggen dat het zwarte kleedje mijn voorkeur wegdroeg. Los van het feit dat zwart veel beter in de kleurcompositie van het geheel paste, was het ook nog eens zo doorzichtig als een versgepoetst uitstalraam. Gelukkig was mijn tegenspeelster zo professioneel om er niks van te zeggen.
“Ok,” zei ze. “Ik sta hem op te wachten in négligé, pak hem vast, duw hem de slaapkamer in. En daarna?”
“Lees maar,” was het antwoord. Deden we.

“Scène 7:
In de kamer staat een fles whisky en de twee glazen die ze juist afgewassen heeft. Ze biedt hem een glas aan. Hij moet hard glimlachen en wrijft over haar hoofd. Zij zoent hem in de nek en gaat naar onder. (insinuatie aanzet seks)”


Jade moet gemerkt hebben dat we plots veel minder praat hadden, want ietwat beduusd vroeg ze:“Jullie lief maakt daar toch geen probleem van?” Oeps, helemaal vergeten te vragen. Doch, het was te laat om nog terug te krabbelen. The show must go on. En dus gingen we aan de slag. Het duurde best lang om de thuiskomst van mijn personage te filmen. Binnenkomen, verbaasd kijken en omhelsd worden is niet zo moeilijk. “Insinuatie aanzet seks” zou in al zijn cryptische beknoptheid net dat tikkeltje extra moeilijkheden opleveren.

Gegen die Wand (ma non troppo)

De volgende scène was de scène van de waarheid, al was het storyboard wat dat betreft meer dan beknopt. Tijd voor inleving dus.

“Scène 8:
Bedscène (geen paniek, enkel insinuaties)”


“’t Is de moment,” zei Jade. Ik wist wat dat betekende. Het was tijd om, voor het eerst in mijn bestaan, een bedscène te spelen. In een Marcelleke dan nog. Ik ging mezelf omkleden in de badkamer en had, bij het kijken in de spiegel, moeite mijn buik en lach tegelijk in te houden.

Vooraleer we weer aan het filmen zouden gaan, diepte Jade eerst nog een DVD’tje op, kwestie van ons bij het insinueren zonder panikeren een beetje op weg te zetten. “Gegen die wand.” Dat ze zich voor een bedscène uitgerekend door een Duitse film liet inspireren, baarde me enigszins zorgen. Doch, alles schon da gewesen viel het allemaal nog mee. Om naar te kijken, that is. Het naspelen en filmen had wat meer voeten in de aarde. Niet alleen moest er gefaket worden, ook moest er overtuigend gefaket worden. Daarnaast diende zulk gefake ook nog eens binnen het beeldkader te gebeuren. Liefst zonder in schaterlachen uit te barsten terwijl de camera nog liep. Voorwaar geen sinecure, zeker niet wanneer het geheel dan ook nog eens –van ver – op "Gegen die Wand" moet lijken. Ook de whisky werd nog eens bovengehaald, ditmaal om VT4-na-middernachtgewijs over mijn imposante, doch nog deels in Marcel gehulde torso te worden uitgegoten en door mijn zielsgeliefde te worden opgelikt. Ook hier was het zaak een doorvoelde en levensechte performance te geven, wat enigszins bemoeilijkt werd door het feit dat uw dienaar echt niet tegen kietelen kan.

Maar goed, ik beet –buiten beeld – wat op mijn tanden en dat was dan dat. Aaike trok een badjas aan en ik mijn jeans. Ergens in de woonkamer had ik nog een glas whisky laten staan, en een slok daaruit zou mij, na zoveel method acting, deugd doen. Bij het betreden van de woonkamer stond er ons echter een verrassing te wachten. Totaal opgeslorpt door het intensieve filmproces, had niemand de thuiskomst geregistreerd van Jade’s broer. Van zijn kant was de jongeling op generlei wijze voorbereid op de confrontatie met hem totaal onbekenden die, gekleed in Marcel en jeans, vanuit de slaapkamer van zijn zuster Helaasheid-der-Dingen-gewijs op zoek gingen naar whisky. Een en ander leverde een behoorlijke dosis awkwardness op. Jade’s broer bleef echter sympathiek bij heel de gekte en liet niet na later op de avond een voedzame pastamaaltijd te bereiden voor de hele crew.

The bottle runs dry

Ook waar het kortfilms betreft, wegen de laatste loodjes het zwaarst. Immers, volgens het verhaal moest mijn geliefde nu proberen zich van een balustrade te werpen. Haar vriend wordt wakker, probeert haar tegen te houden, er wordt wat geworsteld en glazen worden omver geknikkerd. Dit betekende dat er veel gefilmd moest worden in open lucht. Klein detail: buiten vroor het een graad of vijf. Het script vereiste dat de acteurs nog steeds in hun ondergoed stonden. En eerlijk: Aaike kreeg het harder te verduren dan ik, want zij moest, alvorens door mij gered te worden, ook nog eens van alle kanten worden gefilmd bij het beklimmen van de ijzig koude ijzeren balustrade. Mijn rol bestond eruit langzaam wakker te worden, te schrikken, Aaike van de balustrade te trekken en mee naar binnen te nemen. We vechten wat, het glas gaat om en ze leefden nog lang en gelukkig.

Het betekende echter ook dat Aaike en ik zowat een uur lang met elkaar moesten staan vechten –immers, haar personage was een beetje hysterisch en er erg op gebrand zich in alle rust van het bordes te gooien, zonder pottenkijkers. Daarbij liepen we beiden enige blauwe plekken op. Ik kreeg een ferme stomp in m’n ribben en slaagde er op mijn beurt in Aaike een blauwe plek te bezorgen met mijn horloge. Een horloge, godbetert. Ik weet nog altijd niet hoe ik het precies gedaan heb, maar het purperblauwe resultaat mocht er wezen.

Het venijn van de opnames zat echter in de staart. Het omkegelen van het glas wilde aanvankelijk niet zo vlotten. Ik gaf er steeds maar zo’n klein tikje tegen, waardoor het alleen wat opschoof, of op z’n hoogst een beetje danste. Ik had schrik dat het aan scherven zou gaan als ik harder trapte, en nog meer schrik om vervolgens met blote voeten middenin die scherven te belanden. Toch werd ik aangemaand wat meer fors te gebruiken. Deed ik. Het glas ging niet zomaar aan scherven, maar aan splinters, de camera hing vol drank en slechts door een mirakel belandde mijn voet niet middenin voornoemde splinters. We waren allemaal erg aangedaan, maar het had mooi gepakt op beeld en dat was toch het belangrijkste.

En zo raakte alles keurig ingeblikt. Een mengeling van euforie en acute onderkoeling maakte zich van ons allen meester. Terug in ons dagelijkse plunje knabbelden we nog wat M&M’s in de woonkamer. Liefst van al was ik op het welslagen van de hele onderneming een goed glas gaan drinken, maar het was al laat en de laatste trein naar Aarschot Rock City zou niet wachten. Chooglin’ down the line bedacht ik me wat een gekke, toffe dag het weer geweest was. Maar hoe ik het allemaal aan mijn allerliefste honnepon moest gaan uitleggen, dat was een andere zaak…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen