vrijdag 8 mei 2009

Requiem voor de laatste cowboy

Dit schrijfsel werd door de jury van de Leuvense Write Now! - voorronde bedacht met een derde prijs. "Toch beloont de jury graag inzendingen die cowboys in het zonnetje zetten." Waarvan akte!


Wat drijft de laatste cowboy? Op dit moment is het een relevante vraag. Op het acute af relevant is die vraag. Immers: de laatste cowboy houdt het niet lang meer. De laatste cowboy heeft het zitten.

Met zijn pak van indigo jeans en de blutsen in zijn gezicht, met zijn ouderwetse walkman om de oren en een sigaret in zijn rechtermondhoek geschroefd, wacht de laatste cowboy op de bus. Temidden van de mensen. Die kijken naar de laatste cowboy. Want dat hebben ze nog nooit gezien. Eerst werden ze zeldzaam, cowboys. Toen waren er bijna geen meer. Nu is er nog één. En dan nog: die heeft het zitten. Die loopt niet ver meer. Desalniettemin stapt de laatste cowboy als eerste op de bus.

Het is niet altijd even fijn de laatste cowboy te zijn. Het geeft je zelfs geen recht op een zitplaats. Je mag niet gratis rijden. Als je vijfenzestig bent, mag je dat wel. De laatste cowboy weet nu echter met zekerheid dat hij daarop niet meer hoeft te hopen. Hij is wel oud want hij is de laatste, maar hij wordt geen vijfenzestig. Dat bedenkt de laatste cowboy en hij draait de volumeknop naar rechts. Loving Spoonful. Tom Jones. “Wake up Little Suzy” van de Everley Brothers. De mensen kijken hem vreemd aan. Ze hebben geen boodschap aan de laatste cowboy of aan zijn muziekjes. Ze wringen en drummen om niet in zijn buurt te staan. Wanneer de bus bij hun halte stopt, wringen ze zich langs hem heen naar de deur zonder zich te excuseren. “Waarom?” vraagt de laatste cowboy zich af. “Het heeft nog weinig nut. Ik heb het zitten. Voor mij hoeft het zo niet meer.”

Steeds leger wordt de bus, maar de laatste cowboy gaat niet zitten. Hij blijft tegen een stang geleund, klemt ze vast in de bochten, lijkt eraan vast te groeien. De weg leidt langs weiland. De laatste cowboy ziet de koeien. Hij ziet het prikkeldraad. De koeien achter het prikkeldraad. Een moment later zijn ze weer weg. De laatste cowboy krijgt de tranen in de ogen. Hij snikt. De bus rijdt immer rechtdoor. De mensen staren de laatste cowboy aan. Het doet hem iets maar ook niet veel. De laatste cowboy snuit zijn neus en snikt. “Ik heb het zitten,” mompelt hij, maar niemand die het hoort.

Bij de laatste halte stapt de laatste cowboy uit. Achter hem klappen de portieren dicht. De chauffeur blijft hem nog lang nastaren, in de achteruitkijkspiegel. De laatste cowboy, een terugblik. “De laatste,” denkt de laatste cowboy. “Hij ziet me niet meer terug. Ik hem evenmin. Dag. Hij keek niet eens vriendelijk.” De laatste cowboy steekt een sigaret op en slentert bij de bushalte vandaan. Hij heeft geen haast.

Bij het knapperende haardvuur kijkt de laatste cowboy naar het testbeeld. Hij zou wel een borrel lusten, maar de fles is leeg en de winkels zijn dicht. Hij zou wel een hotdog lusten, maar hij heeft geen honger. Er beweegt niet veel op het scherm. De laatste cowboy laat zich achteroverzakken en knijpt zijn ogen stijf dicht tot er één traan over zijn neus glijdt en op de glitterknopen van zijn indigo hemd valt. “Is dit nu melancholie?” vraagt hij zich af. Buiten ruist af en toe een auto voorbij, loeit een koe. De laatste cowboy heeft geen flauw idee. Aan wie moet hij het vragen? Hij is de laatste. En binnenkort, ja heel binnenkort, is er zelfs geen laatste cowboy meer.

Immers, hij heeft het zitten. De dokter heeft het gezegd en er is niets meer aan te doen. De laatste cowboy heeft het zitten.

De laatste cowboy doet niet eens de moeite om te bedenken wat hij nog allemaal zou willen doen. Het zijn teveel dingen om op te noemen, teveel om nog snelsnel aan te beginnen voor het te laat is. Want het is al héél laat voor de laatste cowboy. Nog geen vijf voor twaalf maar het scheelt niet veel. De horizon is al in Cinemascope en Technicolor op het scherm te zien, de muziek zwelt al aan. Het is enkel wachten op de grote, glanzende krulletters “The End.” Aldus.

Er beweegt niet veel op het scherm. Stokstijf naast het haardvuur staart de laatste cowboy ernaar. “Waarom?” denkt de laatste cowboy. “Wat is hiervan de zin?” Ook hier tikt het klokje zoals het nergens anders tikt. Hoewel. Steeds in dezelfde richting. Gestaag voorbij de vijf van vijf voor twaalf. Buiten ruist af en toe een auto voorbij, loeit een koe. “Een koe/ is een merkwaardig beest,” denkt de laatste cowboy. Zonder bijgedachten denkt hij dat. Hij zet zijn walkman op en draait de volumeknop naar rechts. Bobbejaan Schoepen. Hank Williams. De laatste cowboy pinkt een traantje weg. “Een mooi gevoel, melancholie,” denkt hij. “Alleen spijtig van dat gesnotter.”

Wat drijft de laatste cowboy? Voor wie moet hij het nog doen? Voor wie haalt hij zijn hoed van de haak? Waarom brengt hij op gezette tijden zijn indigopak naar de stomerij? Voor wie poetst hij zijn laarzen?

“Voor wie?” denkt de laatste cowboy. “Waarom?”
Hij pookt in het smeulende haardvuur. Zonder haast. Zonder veel overtuiging. Pookt de laatste cowboy in het smeulende haardvuur. Hij houdt het niet lang meer. Hij heeft het zitten. En wat dan nog.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen