Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Er worden posts getoond met het label Michiel Leen

The Inevitable Return of Johnny Bros

Johnny Bros is het hoofdpersonage van mijn huidige prozafrutsels. Het fragment hieronder is een deeltje van een veel groter avontuur dat later, als ik groot ben, een afgerond geheel moet vormen. Doch hier alvast een voorsmaakje. Zaterdag was een mooie dag om niet te roken. Dat wist Johnny Bros nu wel zeker. Op andere dagen wilde het hem niet zo best lukken, “gestopt zijn”. Op zaterdag leek het vooralsnog wonderwel te lukken. Het had ermee te maken dat Johnny Bros in bed was blijven liggen tot de middag. Dat halveerde de tijd die aan gestopt zijn met roken diende te worden besteed, tot een twaalftal uren tussen opstaan en inslapen. Soms zijn de simpelste ideeën gewoon de beste. Het feit dat hij zijn meest hardnekkige gewoonte opgegeven had, zette Johnny Bros aan het mijmeren. Immers, was zijn periode als onvoorwaardelijke kettingroker niet grofweg overeengekomen met zijn eveneens afgesloten periode als student? Definitief voorbij was de tijd dat elk college een epifanie van formaat tewe...

"Alles wat in dit boek staat, is waar" - Editions Migraine op bezoek bij Koen Peeters

Met De Bloemen brengt de Leuvense schrijver Koen Peeters(1959) een erg persoonijk eerbetoon aan het leven, lief en leed van zijn ouders en grootouders. Aan de hand van oude familiedocumenten, meticuleus bijgehouden door twee ooms, reconstrueert Peeters op een subtiele en poëtische manier de leef - en denkwereld van die overleden familieleden. De lezer kijkt over de schouder van de verteller mee, terwijl deze, brief na brief, de mysteries ontrafelt die drie generaties Peeters met zich meedragen. De twee wereldoorlogen passeren de revue, maar ook ene traumatisch en nooit opgehelderd incident waarbij Peeters's vader na een verkiezingsmeeting in elkaar wordt geslagen door extreel-rechtse militanten. Collega Sermeus en ikzelf gingen, met het boek onder de arm, langs bij een van de interessantste schrijvers van het moment. Het is misschien maar een indruk, maar er verschijnen veel romans over "ouders" tegenwoordig: Lanoye's Sprakeloos , Edgard van Marcel Vanthilt, uw De B...

Daar gaan we weer

Jep, daar gaan we weer. Na een uitgebreid zomerreces in Watou - waarover binnenkort veel meer- pikt Editions Migraine de draad weer op, en wel met onderstaand gedicht. Daar gaan we weer de hartenknakker cowboy verschuift van schouder zijn geweer en rond de keukentafel dansten zij nog een keer zuchtend de tango d'amore Ik wil je al mijn modderverhalen wel vertellen maar niet nu Op zolder lagen de herdekens bij nachte diezelfde stilte af te wachten hopend op het imprévu van cowboy hey wat doe je nu? Cowboy hey wat doe je nu?

Second Thoughts

Uit de tijd dat wij nog nominaties haalden bij de literaire prijs van Babylon. Die ochtend, bij het tandenpoetsen, moet je plots weer aan hem denken, niet? Het verrast je. Je bent niet het soort meisje dat zich tijdens haar ochtendritueel laat overvallen door dat soort van hinderlijke muizenissen. Je vindt het nog vreemder dat je het niet hebt zien aankomen in de spiegel boven de wasbak, die zoals altijd je schuimende mond en zorgelijke blik terugkaatst zonder enige franje. Vertwijfeld sluit je je ogen, de tandenborstel mechanisch heen en weer bewegend in je mond. Afgelopen zomer heb je hem ontmoet. Aan zee was dat, waar hij verbleef in het appartement van zijn grootouders. Hij had Bertje overgehaald om een weekend naar zee te komen en Bertje had jou uitgenodigd. Ze kenden elkaar blijkbaar al heel lang, die twee, want gedurende de hele tergend lange treinreis had Bertje zitten vertellen over die mysterieuze vriend van hem. Zo te horen moest er een enorm steekje los zitten aan die kerel...

Requiem voor de laatste cowboy

Dit schrijfsel werd door de jury van de Leuvense Write Now! - voorronde bedacht met een derde prijs. "Toch beloont de jury graag inzendingen die cowboys in het zonnetje zetten." Waarvan akte! Wat drijft de laatste cowboy? Op dit moment is het een relevante vraag. Op het acute af relevant is die vraag. Immers: de laatste cowboy houdt het niet lang meer. De laatste cowboy heeft het zitten. Met zijn pak van indigo jeans en de blutsen in zijn gezicht, met zijn ouderwetse walkman om de oren en een sigaret in zijn rechtermondhoek geschroefd, wacht de laatste cowboy op de bus. Temidden van de mensen. Die kijken naar de laatste cowboy. Want dat hebben ze nog nooit gezien. Eerst werden ze zeldzaam, cowboys. Toen waren er bijna geen meer. Nu is er nog één. En dan nog: die heeft het zitten. Die loopt niet ver meer. Desalniettemin stapt de laatste cowboy als eerste op de bus. Het is niet altijd even fijn de laatste cowboy te zijn. Het geeft je zelfs geen recht op een zitplaats. Je mag ni...

Jack Kerouac en de nostalgie

Voor wie zich afvraagt waarmede wij ons dezer dagen bezighouden. On The Road is de allereerste Engelstalige roman die ik ooit kocht. Jaren geleden is dat. Zo’n schreeuwlelijke Penguinuitgave met een omslag vol foto’s van Route 66, sleeën met staartvinnen, en een pasfoto van Jack Kerouac en zijn vriend Neal Cassady, die –gemystificeerd tot Sal Paradise en Dean Moriarty – elkaar doorheen het boek gezelschap zullen houden. Alle clichés op een hoopje, nog voordat we één letter achter de kiezen hadden. Verpinguïnd. Maar goed, niet teveel gezeurd. Per slot van rekening had ik het boek hoegenaamd niet om zijn covertekening gekocht. Kerouacs bekendste roman is de quintessentiële road novel , een boek dat sinds zijn publicatie in 1957 – en niet in het minst door toedoen van de sensatie die ermee gepaard ging - is uitgegroeid tot de basistekst van de tegencultuur, een cultboek. De bijbel van de beats : een allitererend epitheton dat de lezer voorafgaat en hem/ haar voor lijkt te bereiden op een...

Lieve Liv

Vanochtend werd ik wakker en de zon scheen. De eerste lenteochtend van het jaar. Het was niet koud, maar plagerig fris. Er stond geen wind. En er was lentezon, wat het tegenovergestelde is van herfstzon. Het is licht dat blijft liggen. En toch was het weer vechten om op te staan. Het went nooit, alleen ontwaken. Zelfs als je nooit anders hebt gekend. Het went nooit. Het was vechten om die ogen open te spalken, vechten om de dekens terug te slaan, de weerzin te overwinnen voor mijn eigen blote voeten op de koude vloer. En vechten tegen het eerste woord van de dag, dat ook het laatste is: Liv. Een tijdje terug was ik aan zee. Op het strand de bekende keuze, die geen keuze is: linksaf, of rechtsaf, maar daarna alleen nog maar rechtdoor. Het was er koud en nat en guur; ik had er niets te zoeken. En pas veel later kwam het besef: altijd weer kom ik te laat, zijn er alleen nog jouw onvermoede voetsporen om in te treden, straathoeken waarachter je net verdwijnt, binnenplaatsen en een laatste ...

Heerhugowaard

Eén jaar geleden overleed Hugo Claus. Onderstaand stuk verscheen in B-Magazine en deed later dienst als verjaardagscadeau. I Antwerpen, 29 maart 2008. Negen uur des morgens, en ik bevind mij tussen twee dranghekkens op het pleintje voor de Bourlaschouwburg, in het gezelschap van een jongedame die we nu maar even Ella zullen noemen. Het idee om de herdenkingsplechtigheid voor Claus bij te wonen is geheel het hare, het idee om mij er mee naartoe te sleuren al evenzeer. Want ik beken: ik ken Claus enkel van (een niet bijster groot aantal van) zijn boeken en van alle de laatste dagen nog eens overzichtelijk opgesomde clichés omtrent zijn persoon. Dat is voor Ella wel even anders; op haar onnavolgbaar charmante wijze vertelt ze hoe ze op zestienjarige leeftijd haar exemplaar van “Het Verdriet van België” door Claus himself heeft laten signeren. Bij die gelegenheid is een foto gemaakt, waarop zijzelf te zien is met een soort gelukzalige twinkeling in haar ogen. De Meester zelf kijkt intussen...

Party

Een laatste glas Alles wordt rood Want ik ben ziek achter mijn ogen De wijsheid voert iets In haar schild Ik heb mezelf opnieuw bedrogen De nacht valt dood Op mijn gezicht en Koud op mijn vermoeide handen Ik wil wel slaan Maar kan het niet Ik kan alleen nog klappertanden De auto komt Dus ik rij mee Ik voel de beelden in mij vreten De winnaar kwam en ik verloor Van haar Maar dat kon zij niet weten

Gezien in Londen

"Please do not feed the birds It is an offence for which you could be fined up to £500" (Byelaws prohibiting the feeding of birds, 2006)

A joke about Joke

Het jaar was 2003. * Het is ijskoud buiten en R. geeft mij vuur. Het is tien uur ’s avonds,ergens in Vlaanderen. Hoelang zitten we hier al? Ik tel snel de Belga’s die intussen in rook zijn opgegaan,maar blijf steken in een mist van getallen en tijdstippen. Ik ril van de kou. OK. We zitten hier gewoon al heel lang. Hoe langer hoe meer is onze conversatie verwaterd tot gelul, oeverloos gelul. Verschillende onderwerpen zijn de revue gepasseerd : literatuur (“Alles voor de kunst,R. Heb je een vuurtje voor me?”) , poëzie (“Er is geen leven na Jotie ’T Hooft,R.”) ,vrouwen en literatuur ( Vrouwen lezen naar 't schijnt meer dan mannen, en R. zegt : “Mijn vriendin leest geen boeken.”), ons zinloze vertrek uit D. en onze aankomst hier, in the middle of nowhere. (R : “We hebben geen file gehad.” En ik vertaal,om ook eens iets te zeggen, : “Nous n’ avons pas eu de fille.”) en natuurlijk onze ontmoeting met het meisje Joke. (R : “Joke heeft een mooie stem…En neen, mijn vriendin leest geen boek...

Het Bal

Vrijdagavond. Regenweer en niets te beleven. Op kot gebleven. Hoewel ik goed genoeg weet wat er vanavond te doen is. Waar het te doen is. Hoeveel een toegangskaart kost en wie er allemaal naartoe gaat. En dat je maandag aan al die mensen gaat moeten uitleggen waarom je er niet was. * Eigenlijk is het aan jou om naar haar toe te gaan en te zeggen: “het zou me verblijden indien u etc…”, maar dan wat vlotter, in je eigen woorden, weet ik veel, je legt het zo aan boord dat er op de bewuste avond alleszins iemand is met wie je samen gesignaleerd wordt op de dansvloer, aan de bar, desgewenst smiespelend en slijmerend in een hoekje. Liefst iemand van het andere geslacht. Dat staat ook leuk op de foto, achteraf. * Ach, wat te doen? Een sigaret roken ( en nog een) (en nog een) om iets anders te doen te hebben dan op je horloge kijken? Zwarte gedachten kweken en naar het plafond staren tot je jezelf tot poète maudit uitroept? Vervolgens die titel drie keer luidop uitspreken en besluiten dat het ...

Next time the whisky's on me

Een zongtekst uit voorjaar 2008 Next time the coffee’s on me Next time the coffee’s on me ‘cause it’s been quite a while And it’s such a good time And I still really love you, you see Next time the coffee’s on me Next time the whisky’s on me Next time the whisky’s on me ‘cause you’ve got quite a habit You’re getting good at it And you’re showing no interest in me Oh, next time the whisky’s on me Next time the wine is on me Next time the wine is on me And the juice of the lime There will be no next time There will be no next time, girl you see Oh next time the wine is on me

De dood in het café "Evergreen"

Een verhaal. Café Evergreen bestaat enkel in woorden. Dat de herentoiletten van café “Evergreen” niet de meest geschikte plaats waren om aan een hartaderbreuk te bezwijken, had Arnulf Mortelmans zelf ook wel kunnen verzinnen. Het had weinig stijl. Het was een beetje gênant, al kon je er zelf natuurlijk weinig aan doen. De reden waarom hij zich dat echter nooit had bedacht, lag evenzeer voor de hand: de hele bedenking was volgens hem van een zodanig axiomatische, de-waarheid-als-een-koe-waarheid dat ze per definitie geen actualiteitswaarde bezat en dus het verspillen van een gedachte - hoe klein en ogenblikkelijk ook – volslagen nutteloos leek. Als het al iets was, dan vooral later zorg. Daar komt nog bij dat het nooit Arnulfs gewoonte geweest was om bij het betreden van café “Evergreen” meteen de toiletten op te zoeken. Er waren,zoals dat wel vaker voorkomt, andere bezigheden in het café, al dan niet te combineren met eventueel toiletbezoek. Zo waren de redenen voor Arnulfs aanwezigh...